Androsteendion Mannelijk hormoon dat in kleine hoeveelheden ook bij de vrouw wordt gemaakt in de bijnieren en de eierstokken. Tot de overgang heeft dit hormoon geen invloed op het lichaam aangezien het geheel wordt geneutraliseerd door de vrouwelijke hormonen. Wanneer i | |
Androsteendion Mannelijk hormoon dat in kleine hoeveelheden ook bij de vrouw wordt gemaakt in de bijnieren en de eierstokken. Tot de overgang heeft dit hormoon geen invloed op het lichaam aangezien het geheel wordt geneutraliseerd door de vrouwelijke hormonen. Wanneer i | |
Bisfosfonaat Medicijn dat gebruikt wordt bij de behandeling van botontkalking (osteoporose). | |
Breukgrens De grenswaarde met betrekking tot de hoeveelheid botweefsel in het bot. Onder de grens is er sprake van verminderde weerstand tegen de normale dagelijkse belasting, waardoor reeds bij een onschuldig ongelukje gemakkelijk een botbreuk kan optreden. Dit is | |
C-19 en C-21 progestagenen Twee soorten progestagenen, onderscheiden op grond van hun chemische samenstelling, waarbij de C-21 progestagenen het meest op natuurlijke progesteron lijken en de minste bijwerkingen geven (zie ook progestageen). | |
Calcitonine Hormoon uit de schildklier dat de hoeveelheid calcium in het bloed op peil houdt. | |
Calcitonine Hormoon uit de schildklier dat de hoeveelheid calcium in het bloed op peil houdt. | |
Calcitriol De in het lichaam actieve vorm van vitamine D. | |
Calcium De minerale stof die de stevigheid van het bot bepaalt en ook wel 'kalk' wordt genoemd. | |
Calciumbalans Het evenwicht tussen het dagelijks verlies aan calcium via de darmen, nieren en de huid, en de dagelijkse opneming van calcium via de voeding. | |
Cholesterol-syntheseremmers Stoffen die de aanmaak van cholesterol in de lever beperken, door daar de werking van het enzym HMG-COA-reductase, nodig voor de aanmaak van cholesterol, af te remmen. Worden ook wel statines genoemd. | |
Controledwang Vorm van dwangstoornis waarbij vooral de neiging opvalt om allerlei zaken overdreven vaak en grondig te controleren. | |
Corticaal bot De buitenste laag van het bot, bestaand uit stevig dik botweefsel, dat als een schors om de botten zit. | |
Elementair calcium De hoeveelheid vrij beschikbaar calcium in een bepaald calciumpreparaat. | |
EMG Afkorting voor elektromyografie; een onderzoek voor de registratie van de spierspanning of spiertonus en de activiteit van de spier door middel van elektroden die op de huid boven een spier worden bevestigd. | |
Fractuur Botbreuk. | |
Fractuurgrens De grenswaarde met betrekking tot de hoeveelheid botweefsel in het bot. Onder de grens is er sprake van verminderde weerstand tegen de normale dagelijkse belasting, waardoor reeds bij een onschuldig ongelukje gemakkelijk een botbreuk kan optreden. Dit is | |
Fytaat Bestanddeel van voedingsvezels, met name (tarwe)zemelen, dat de opneming van calcium uit de voeding afremt. | |
HEMA Afkorting van (o.a.) hydroxylethylmeracrylaat, een buigzame kunststof die veel water kan bevatten. Van dit materiaal kunnen zachte contactlenzen vervaardigd worden. | |
Lederhuid Onder de opperhuid gelegen huidlaag, waarin zich onder andere de zweetklieren, de haarwortels en de talgklieren bevinden. | |
Menopauze Tijdstip waarop voor het laatst een menstruatiebloeding is opgetreden. | |
Natuurlijke oestrogenen Term die gebruikt wordt voor geneesmiddelen met veelal kunstmatige bereide oestrogenen die identiek zijn aan de in de eierstokken gemaakte oestrogene hormonen. | |
Oftalmometer Precisie-instrument waarmee de kromming van het hoornvlies van het oog opgemeten kan worden. | |
Osteoblasten Botcellen die nieuw botweefsel aanmaken. | |
Osteoclasten Botcellen die verouderd botweefsel afbreken. | |
Osteopenie Voorstadium van osteoporose. Er is op een röntgenfoto of een scan al wel een afname van de hoeveelheid botmassa te zien. Maar de sterkte van het bot is echter nog niet zodanig aangetast, dat er al bij normale belasting een breuk zal optreden. | |
Osteoporose Letterlijk: broze botten. Gebrek aan kalkdepot in de botten, waardoor brosheid van het bot ontstaat. Het verdwijnen van de harde beenzelfstandigheid waardoor de mergholte groter wordt. | |
Osteoporose Letterlijk: broze botten. Gebrek aan kalkdepot in de botten, waardoor brosheid van het bot ontstaat. Het verdwijnen van de harde beenzelfstandigheid waardoor de mergholte groter wordt. | |
Parathyreoïdhormoon Hormoon dat in de bijschildklieren wordt gemaakt en dat het calciumgehalte van het bloed kan verhogen wanneer dit te laag dreigt te worden. Parathyreoïdhormoon (ook parathormoon of PTH genoemd) bereikt dit door calcium uit de botten te mobiliseren, de opn | |
Piekbotmassa De maximale te bereiken hoeveelheid botmassa, die rond het 35ste levensjaar aanwezig is. | |
Progestageen Synthetische stof met de werking van progesteron. De chemische samenstelling is echter anders dan van het natuurlijk progesteron (zoals dat in de eierstokken wordt gemaakt). | |
Progressie Voortgang van de ziekte in de zin van een verergering van de ziekte (dus achteruitgang van de patiënt). | |
PTH Parathyreoïdhormoon, hormoon dat in de bijschildklieren wordt gemaakt en dat het calciumgehalte van het bloed kan verhogen wanneer dit te laag dreigt te worden. Parathyreoïdhormoon (ook parathormoon genoemd) bereikt dit door calcium uit de botten te mobil | |
Synthetische oestrogenen Term die gebruikt wordt voor preparaten met synthetische (fabrieksmatig gemaakte) oestrogenen die chemisch gezien niet identiek zijn aan de in de eierstokken gemaakte oestrogene hormonen, maar wel ongeveer dezelfde werking hebben. | |
Testosteron Mannelijk hormoon, dat bij de man in de zaadballen wordt gemaakt en dat bij de vrouw in kleine hoeveelheden ook in de eierstokken wordt gemaakt. | |
Trabeculair bot In kleine dunne balkjes gevormd bot, dat vooral aanwezig is in korte botten (zoals rugwervels) en de uiteinden van pijpbeenderen (zoals de kop van het dijbeen). | |
Tubacoagulatie Een methode voor sterilisatie bij de vrouw, waarbij de beide eileiders ondoorgankelijk worden gemaakt door ze plaatselijk dicht te schroeien. | |