Acuut Aanduiding voor ziekten die plotseling ontstaan en meestal ook snel verlopen. | |
Adolescentie De levensfase tussen puberteit en volwassenheid. | |
Amenorroe Het uitblijven van de normaal te verwachten menstruaties. | |
Ametropie Letterlijk: onregelmatig zien. In de oogheelkunde gebruikte verzamelnaam voor alle soorten afwijkingen van de lichtbreking door de lens of het hoornvlies van het oog. Hieronder vallen ondermeer verziendheid, bijziendheid en astigmatisme. | |
Anorexia nervosa Eetstoornis waarbij iemand de angst heeft om dik te zijn terwijl er juist sprake is van een te laag lichaamsgewicht. Dit kan ernstige vormen aanmeten, waarbij er ondanks ernstig ondergewicht nog steeds te weinig voedsel wordt gebruikt. Daarnaast kan er sp | |
Anorexie Medische term, aan het Grieks ontleend, waarmee een gebrek aan eetlust wordt aangeduid. Anorexie is een symptoom dat bij zeer veel ziekten kan voorkomen. Anorexie is niet hetzelfde als anorexia nervosa, een eetstoornis die vooral bij jonge vrouwen voorkom | |
Anti-epilepticum Geneesmiddel dat gebruikt wordt bij de behandeling van epilepsie. | |
BOPZ Afkorting van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. De wet BOPZ is een wet die het mogelijk maakt om iemand tegen zijn of haar wil op te laten nemen in een psychiatsisch ziekenhuis of een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis | |
Boulimia nervosa Eetstoornis die gekenmerkt wordt door het optreden van (vr)eetbuien en een gevoel de beheersing over het eetgrdrag te zijn verloren. Tegelijk wordt geprobeerd om toename van het lichaamsgewicht te voorkomen door tijdelijk dieethouden of vasten, het opwekk | |
Chylomicron De vorm waarin vetdeeltjes (triglyceriden en cholesterol) na de vertering in de darm door de darmwand aan het bloed worden afgegeven en worden getransporteerd naar de lever voor verdere verwerking. | |
Cognitieve therapie Een vorm van gedragstherapie, waarbij niet het direct waarneembare gedrag van de patiënt wordt aangepakt, maar het 'denkgedrag' (de cognities). Er wordt onderzocht welke verkeerde cognities, welke onjuiste opvattingen van de werkelijkheid bij de patiënt e | |
Comorbiditeit Het gelijktijdig voorkomen van verschillende ziekten of stoornissen. | |
Constipatie Trage, moeilijke stoelgang met harde ontlasting, welke minder dan viermaal per week geloosd wordt. | |
Dissociatie Een deel van het bewustzijn is tijdelijk afgescheiden van de rest van de persoonlijkheid en stuurt het gedrag op een wijze die grotendeels ontsnapt aan de controle van het andere deel van het bewustzijn. | |
Diuretica Medicijnen die de nieren stimuleren tot het verwijderen van extra vloeistof uit het bloed, met als doel een teveel aan vocht uit het lichaam te verwidjeren en/of de bloeddruk te verlagen. | |
Dynamisch bereik Het gehoorbereik van het oor, lopend tussen de zwakst nog hoorbare geluidssterkte en het luidste nog net niet als pijnlijk ervaren geluid van een bepaalde toonhoogte. | |
Eetstoornis Stoornis die zich vooral uit in een afwijkend eetpatroon, gekenmerkt door weinig eten en vermagering (zie anorexia nervosa), en/of door vreetbuien, braken, misbruik van laxeermiddelen (zie boulimia). | |
Elektrolyten Stoffen die een rol spelen bij de elektrische geleiding in lichaamscellen (bijvoorbeeld kalium). | |
Follikel Eicel met de zich daaromheen bevindende groepje cellen in de eierstok, die hormonen kunnen aanmaken. | |
Hyperactiviteit Overdreven actief zijn, met name fysiek. | |
Identiteit Een begrip dat in velerlei betekenissen wordt gebruikt. In de psychologie slaat identiteit op het gevoel van iemand dat hij een en dezelfde persoon is, met eigen kenmerken en waardoor hij van anderen te onderscheiden is. Identiteit wordt ook gebruikt voor | |
Incidentie Het aantal nieuwe gevallen van een bepaalde ziekte per jaar in een gemeenschap, gerekend per 100.000 personen (zie ook Prevalentie). | |
Irrationeel Onredelijk, niet gebaseerd op logische redenering. Meestal gebruikt voor een gedrag, idee of beslissing die niet is gebaseerd (of lijkt) op logisch nadenken of het gezonde verstand. | |
Laxeermiddelen Middelen die de ontlasting of stoelgang bevorderen. | |
Neurologische aandoening Ziekte of afwijking van het zenuwstelsel. | |
Non-verbaal Letterlijk: zonder gebruik van woorden. Alle vormen van communicatie zonder gesproken woord, zoals gebarentaal, gelaatsuitdrukkingen en 'lichaamstaal'. | |
Obesitas Medische naam voor zwaarlijvigheid of vetzucht. Wanneer het lichaamsgewicht in verhouding tot de lichaamslengte te zwaar is (zie Quetelet-index). | |
Obsessief-compulsieve stoornis Dwangstoornis: het herhaald en storend optreden van ongewilde gedachten (obsessies: zie dwanggedachten) en/of het verrichten van ongewilde handelingen (compulsies: zie dwanghandelingen). | |
Obstipatie Trage, moeilijke stoelgang met harde ontlasting, welke minder dan viermaal per week geloosd wordt. | |
Obstipatie Trage, moeilijke stoelgang met harde ontlasting, welke minder dan viermaal per week geloosd wordt. | |
Oesophagogastroscopie Onderzoek waarbij het inwendige van de maag bekeken wordt. Tegenwoordig worden hier flexibele kijkers voor gebruikt. Bij dit onderzoek wordt eigenlijk altijd ook de slokdarm en de twaalfvingerige darm bekeken. Men noemt het onderzoek daarom ook wel oesoph | |
PG Afkorting van psychogeriatrie (de behandeling van ouderen met psychische problemen of psychiatrische ziekten). | |
Progressieve myopie Toenemende bijziendheid. | |
Psychogene slechthorendheid Slechthorendheid als gevolg van het zich onbewust af willen sluiten voor onaangename situaties. | |
Trifocaal Drie correctiesterkten in één brillenglas of contactlens (voor veraf, midden en dichtbij). | |